Achtergrond
1. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die in 1961 werd opgericht, kwam in de plaats van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES) die naar aanleiding van het Mashallplan in het leven werd geroepen. De OESO bestaat uit 30 landen die een aantal beginselen gemeen hebben: een markteconomie, een pluralistische democratie en de eerbieding van de rechten van de mens. Daarnaast is ze een uniek forum om van gedachten te wisselen en de beleidslijnen uit te stippelen en bij te sturen.
2. Van bij de oprichting bestond de taak van de OESO erin de economie van haar leden van een stevigere basis te voorzien, de doeltreffendheid ervan te verbeteren, de markteconomie te bevorderen en bij te dragen tot de groei van de ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden.
Uit hoofde hiervan verricht de Organisatie vergelijkende analyses van de beleidsvormen, waarbij ze zich laat leiden door de lering uit de ervaringen van haar leden en van een alsmaar groter aantal landen die geen lid zijn. De OESO verleent de landen bijstand bij het uitwerken van oplossingen voor de gemeenschappelijke knelpunten en bij de coördinatie van de nationale en internationale beleidslijnen.
Haar werkzaamheden houden met name verband met economische vraagstukken, de opmaak van statistieken, milieu, ontwikkeling, overheidsbeheer, internationale handel, financiële en fiscale aangelegenheden en bedrijfszaken, wetenschap, technologie en industrie, sociaal beleid en landbouw, regionale materies, de samenwerking met niet-leden. Deze werkzaamheden worden verricht binnen comités en suborganen.
Energievraagstukken worden behandeld door twee gespecialiseerde instanties: het Internationaal Energie Agentschap (IEA), een onafhankelijke organisatie die in 1974 na de eerste oliecrisis werd opgericht om het energiebeleid te coördineren. Daarnaast is er het Agentschap voor Kernenergie (NEA) dat in 1958 werd opgericht en ten doel heeft de veiligheid bij het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden te bevorderen.
3. Sinds een tiental jaren levert de OESO inspanningen om haar analyseterrein uit te breiden tot alle landen die een markteconomie voorstaan en stelt ze haar expertise ter beschikking van de opkomende markteconomieën (met name de landen die van een planeconomie overstappen naar een liberaal systeem). Ook werkt ze verder aan de uitbouw van de dialoog met de dynamische economieën van Azië en Latijns-Amerika.
Gang van zaken en vooruitzichten
1. De mondialisering, de snelle innovatie, de ontwikkeling van internet hebben wereldwijd diepgaande veranderingen teweeggebracht en vormen een grote uitdaging voor de politieke en economische stabiliteitsfactoren. De OESO moet zich aan dit nieuwe landschap aanpassen en uitzoeken welke haar plaats is binnen de internationale architectuur. Er wordt momenteel werk gemaakt van een herijking van de OESO-werkzaamheden, rekening houdend met de uitdagingen van de mondialisering en in het vooruitzicht een platform te bieden voor een breed en geactualiseerd debat dat open staat voor nieuwe actoren van betekenis.
2. Dat is het streefdoel van het hervormingsproces waaraan de ambassadeurs bij de OESO de laatste twaalf maanden veel aandacht hebben besteed. Het behelst verschillende aspecten: het vastleggen van de prioritaire activiteiten, de comitologie, het besluitvormingsmechanisme, activiteiten ten aanzien van landen die geen lid zijn en uitbreidingsvooruitzichten.
3. Tegen de achtergrond van een steeds toenemende mondialisering die nieuwe economische en niet-economische thema's onder de aandacht brengt, diende de OESO nieuwe gebieden te verkennen zoals: duurzame ontwikkeling, de informatiemaatschappij, een aantal immigratieaspecten, de gevolgen van de veroudering van de bevolking en de analyse van de grote risico's.
Als gevolg van de terroristische aanslagen van 11 september kwamen sommige werkzaamheden hoog op de agenda van de Organisatie te staan. Ze waren met name toegespitst op de gevolgen van het terrorisme voor de economie, de bescherming van de communicatie en van de kerncentrales...
Er weze aangestipt dat Eerste Minister Verhofstadt in mei 2002 het voorzitterschap voerde van de algemene ministeriële vergadering en zodoende heeft bijgedragen tot de versterking van de ontwikkelingsdimensie van de OESO-werkzaamheden in de geest van de Ontwikkelingsagenda van Doha en van de Milleniumconferenties. Hij heeft er ook mede voor geijverd dat het NEPAD (New Partnership for Africa's Development) en Afrika als één van de actoren van een constructieve dialoog in het werkprogramma werden opgenomen..
Terzelfder tijd werden de kwesties inzake mondiaal bestuur, overheids- en ondernemingsbestuur op de voorgrond geplaatst: - gestructureerde dialoog tussen de OESO en het NEPAD (cfr. zie hiervoor) ; - werkzaamheden over de " Op de multinationals van toepassing zijnde leidende beginselen.
In zover er sprake is van uitdagingen voor de Organisatie, dienen de volgende richtpunten te worden vermeld: - een openstelling naar buiten toe in overeenstemming brengen met de vooruitzichten inzake het uitbouwen van betrekkingen met niet-leden, zonder dat zulks ten koste gaat van de kwaliteit van de werkzaamheden en de normen van de Organisatie. Het op punt stellen van een globale strategie van opening werd goedgekeurd naar aanleiding van de ministeriële vergadering van 2004. - de werkzaamheden inzake gezondheidszorg verderzetten.
Wat de uitbreiding betreft, is iedereen bekend met het probleem van de weging van de gebruikelijke basiscriteria (belangrijke actoren, wederzijds voordeel, like-mindedness, diversiteit). Wat de diversiteit betreft, lijkt een zeker regionaal evenwicht onvermijdelijk Terwijl sommige leden de activiteiten met derde landen los zien van de uitbreiding van het "membership", zien België en vele anderen de openstelling en de voorbereiding van de uitbreiding als een interactief proces dat tot wederzijds voordeel strekt.
Wat de hervorming betreft, werd tijdens de ministeriële bijeenkomst van 2004 voor welbepaalde gevallen een nieuwe besluitvormingsmethode goedgekeurd, die afwijkt van het consensusmodel.
Permanente Vertegenwoordiging van België bij de OESO
|