1. Macro-economische toestand
De Griekse economie kende het voorbije decennium een sterke groei van gemiddeld 4% per jaar, beduidend hoger dan het EU-gemiddelde. Hierdoor is het Griekse gemiddelde inkomen per capita intussen opgeklommen tot 90% van dat van de Eurozone. De binnenlandse vraag vormde de motor van deze groei, waarbij zowel belangrijke overheidsinvesteringen in de modernisering van de infrastructuur (mede mogelijk gemaakt door de EU-structurele steun) als de gestegen private vraag naar consumptiegoederen en woningen (mogelijk gemaakt door de snelle kredietexpansie) van belang waren.
Normaal gezien had dit sterke groeitempo nog enkele jaren moeten aanhouden, maar onder invloed van de internationale conjunctuur (met stijgende energie- en voedselprijzen en duurder krediet gevolgd door de financiële crisis) daalde de economische groei in 2008 tot 2,9% (i.p.v. de voorziene 3,6%) en naar verwachting zal het groeicijfer dit jaar slechts 0,2% bedragen.
Ook bestaat het risico dat ook een aantal structurele zwakheden van de Griekse economie een groeiherstel op termijn kunnen bemoeilijken, met name:
- De achteruitgang van de competitiviteit, die blijkt uit een toename van het tekort op de lopende rekening (-13,4% BBP in 2008). De zwakke competitiviteit van de Griekse industrie werd bevestigd in een recent onderzoek van Kantor Business Consultants, dat tot de vaststelling kwam dat slechts 14% van de ondernemingen echt competitief zijn, terwijl 47% `potentieel competitief' zijn.
- Een lage productiviteit (+1,6% in 2008) en loonsverhogingen boven de productiviteitsgroei (+8,3%) zijn bepalend voor de zwakke competitiviteit van de Griekse economie. Hervormingen van de arbeidsmarkt zijn noodzakelijk om deze situatie te verbeteren en de werkloosheidsgraad terug te dringen (met 9,0% nog bij de hoogste onder de OESO-landen).
- De hoge overheidsschuld die naar verwachting nog zal stijgen als gevolg van de groeiende pensioen- en gezondheidskosten door een sterke vergrijzing van de bevolking (cfr. infra). Ook heeft de overheid nog een te omvangrijke rol in het economische leven, wat niet alleen de budgettaire lasten verzwaart, maar ook een belemmering vormt voor de modernisering van de economie.
- Ook de inflatie blijft een zorgpunt in Griekenland. In het voorbije jaar steeg deze tot 4,2%, het derde hoogste niveau binnen de Eurozone. Naast de gestegen olie- en voedselprijzen en de loonstijgingen stelt zich in Griekenland een probleem van kartelvorming in een aantal sectoren.
Wel presteert het land goed in de dienstensector. In het maritiem transport blijft Griekenland een wereldleider met een aandeel van 16,5% in de totale maritieme wereldhandel. Griekse reders hebben 24% van de olietankervloot in handen en doen, dankzij de grote vraag naar olieproducten in Azië, gouden zaken. Daarnaast is Griekenland een regionale leider in de bank- en communicatiesectoren (GR banken hebben een aandeel van 20% in de Balkan). Ook het toerisme is van groot belang voor de Griekse economie, deze sector zorgde in 2007 voor inkomsten ter waarde van 32 miljard EUR (16% BBP).
2. Gevolgen van de internationale financiële crisis
Op zich dragen de Griekse banken weinig directe gevolgen van de internationale financiële crisis aangezien zij nauwelijks betrokken waren in risicobeleggingen en hun uitstaande kredieten quasi volledig gedekt zijn door deposito's. Wel ondervinden de banken direct nadeel van de financiële beperkingen op de internationale kapitaalmarkten en van een algemeen gebrek aan vertrouwen in de banksector, die tot uiting kwam in de dalende beurskoersen.
Meer bepaald hebben de kredietbeperkingen een aanzienlijke impact op de private consumptie en op de constructie, die in belangrijke mate bijdroegen tot de voorbije groei. Bovendien zullen belangrijke sectoren van de Griekse economie, zoals scheepvaart en toerisme ongetwijfeld de gevolgen ondervinden van de achteruitgang van de internationale conjunctuur. Ook wordt een negatieve impact verwacht van de achteruitgang in de Z-O Europese economieën, waarin Griekenland in de voorbije jaren sterk geïnvesteerd heeft.
Om het hoofd te bieden aan deze crisis heeft de regering de wettelijke garantie op deposito's bij de Griekse banken verhoogd tot 100.000 EUR en een pakket van steunmaatregelen aan de banksector uitgevaardigd ter waarde van 28 miljard EUR (12,3% van het BBP).
3. Hervormingen
In de voorbije jaren heeft Griekenland een voorzichtig beleid van structurele hervormingen aangevat: privatiseringen, herstructurering van de overheidsbedrijven, liberalisering van de elektriciteit- en aardgasmarkt, versoepeling van de openingsuren voor handelszaken, hervorming van de arbeidswetgeving inzake overuren. Na de verkiezingen van september 2007 heeft de tweede regering Karamanlis verdere hervormingen aangekondigd, maar deze bleven in de praktijk zeer beperkt wegens de sterke tegenkanting van de vakbonden en het feit dat deze regering slechts over een krappe meerderheid beschikt.
Terecht heeft de regering een prioriteit gemaakt van de hervorming van de sociale zekerheid, vooral de pensioenen en de ziektekosten, zoniet dreigt de vergrijzing de overheidsfinanciën opnieuw in de problemen te brengen (Griekenland loopt op dit vlak het grootste risico onder de EU-landen). Zonder grondige hervorming riskeren de betalingen op te lopen tot 25% van het BBP in 2050, waardoor de overheidsschuld riskeert toe te nemen tot 350% van het BBP.
De wet over de hervorming van de pensioenen, die op 20 maart 2008 goedgekeurd werd, was vooral gericht op een drastische vermindering van de meer dan 150 pensioenfondsen, de afschaffing van diverse mogelijkheden tot vervroegde pensionering en stimulansen om verder door te werken. Hoewel deze hervorming op zich positief was, ging ze onvoldoende ver en om het systeem op termijn in stand te houden zijn meer fundamentele hervormingen noodzakelijk.
4. Begroting en overheidsschuld
De grote infrastructuurwerken van de voorbije jaren en de omvangrijke militaire investeringsplannen (een defensiebudget van 4% van het BBP) leidden tijdens de eerste helft van dit decennium tot een ontsporing van de Griekse budgettaire situatie. In 2004 bedroeg het begrotingstekort 6,6%, waardoor Griekenland in februari 2005 onderworpen werd aan de EU-voogdijprocedure inzake buitensporige begrotingstekorten. Daarop heeft de regering maatregelen getroffen om het tekort terug te dringen, en in juni 2007 heeft de Commissie de toezichtsprocedure opgeheven omdat het tekort van dat jaar officieel onder de 3%-grens gedaald was (2,4%). .
Intussen heeft Eurostat echter moeten vaststellen dat het tekort in 2007 in werkelijkheid 7,4 miljard EUR of 3,5% van het BBP bedroeg en uit de laatste cijfers is gebleken dat ook in 2008 het begrotingstekort de 3%-grens overschreden had (3,4%, terwijl de regering gerekend had op een vermindering van het tekort tot 1,6%). De oorzaken hiervan lagen vooral in de vermindering van de belastinginkomsten door de achteruitgang van de economische activiteit, de achterstand in het innen van de belastingen en de oplopende rente op de staatsschuld. Voor 2009 en 2010 verwacht Eurostat opnieuw tekorten van resp. 3,7% en 4,2%, waardoor de doelstelling van de regering om tot een begrotingsevenwicht te komen tegen 2010 niet meer haalbaar lijkt. Als gevolg hiervan zou Griekenland binnenkort opnieuw onder de buitensporig tekort-procedure van de Commissie kunnen vallen.
Gezien deze ontwikkelingen verlaagde Standard & Poor's de beoordeling van de Griekse kredietwaardigheid, die reeds de zwakste was in de Eurozone, van A/A-1 naar A-/A-2. Dit heeft o.m. voor gevolg dat Griekenland voor zijn financieringsbehoeften van 42 miljard USD in 2009 duurder zal moeten lenen op de internationale kapitaalmarkten (2,47 percentage-punten boven de Duitse overheidsobligaties).
Hiermee samenhangend stelt zich het probleem van de hoge Griekse overheidsschuld, die in 2008 nog 94 % van het BBP bedroeg, de 2de hoogste in de Eurozone (na Italië). Hoewel de Griekse overheidsschuld in de vorige jaren geleidelijk afgebouwd werd, verwacht Eurostat dat deze schuld dit jaar en in 2010 als gevolg van de moeilijke economische conjunctuur opnieuw zal stijgen tot resp. 96,2% en 98,4% van het BBP.
5. Europese Unie en de uitbreiding De structuurfondsen van de Europese Unie vormen voor Griekenland, samen met toerisme en scheepvaart, de belangrijkste bronnen van inkomsten. Voor de periode 2000-2006 was een bedrag van 28 miljard EUR voorzien. Deze fondsen werden voornamelijk besteed aan grote infrastructuurwerken die vooral onder impuls van de Olympische Spelen in 2004 werden versneld: internationale luchthaven van Athene, spoorwegen, metro van Athene, kusttram, wegennet (autoweg van Attica, Ignatia Odos, brug Rio-Antirrio die de Peloponesos verbindt met de toegangsweg tot Italië en met de rest van het land), uitbreiding van de haveninstallaties (Piraeus, Rafina, Igoumenitsa) ¿ stuk voor stuk voorbeelden van noodzakelijke en geslaagde werken.
Het absorptievermogen van Griekenland bleef de voorbije jaren echter laag, maar hierin is in 2007 een lichte verbetering gekomen. Waar in 2006 slechts 58% van de beschikbare fondsen van het ¿Third Community Support Framework¿ 2000 ¿ 2006 geabsorbeerd werd, is dit percentage het afgelopen jaar gestegen tot 66%. De regering stelt zich tot doel om voor de periode 2007-2013 het effectief gebruik van de Gemeenschapsfondsen te verbeteren tot 80%.
Onder de huidige financiële perspectieven van de Unie (periode 2007-2013) blijft de Griekse economie opnieuw een belangrijke stimulans krijgen. In het kader van het `National Strategic Reference Framework' beheert Griekenland een fonds van 39,4 miljard EUR aan EU- en eigen middelen, die besteed zullen worden aan de versterking van het ondernemerschap, onderwijs, integratie van nieuwe technologieën, milieubescherming en infrastructuur.
De uitbreiding van de Europese Unie biedt niet alleen nieuwe perspectieven (opening naar de Balkanlanden waar Griekenland de eerste privé-investeerder is van Europa), maar ook nieuwe uitdagingen. Met een weinig gediversifieerde economie, vooral op industrieel vlak, een gebrek aan activiteiten met toegevoegde waarde en een zwakke productiviteit, lijdt de Griekse economie onder het verlies van comparatieve voordelen ten gevolge van de uitbreiding.
6. Buitenlandse handel
Sinds vele jaren kent Griekenland een structureel tekort op zijn handelsbalans. De voorbije vijf jaar bedroeg het handelstekort gemiddeld meer dan 15% van het BBP en in 2008 bedroeg het tekort zelfs 18,1% van het BBP. Redenen hiervan zijn de zwakke competitiviteit van de Griekse economie, de grote energieafhankelijkheid van het land en de beperkte omvang van de secundaire sector (slechts 16,2% van het BBP). Het tekort op de goederenbalans wordt gedeeltelijk goedgemaakt door de goede prestaties van Griekenland op het vlak van de diensten, met een positief saldo van 16,7 miljard EUR op de dienstenbalans in 2007 (7,3% van het BBP).
De belangrijkste Griekse uitvoermarkten zijn de lidstaten van de Europese Unie (64,9% in 2007), vooral Duitsland, Frankrijk en Italië. De Griekse uitvoer bestaat uit afgewerkte producten, voedingsmiddelen, machines en elektrische toestellen, metalen, chemische producten en textiel.
De EU-partners zijn eveneens de belangrijkste invoerlanden voor Griekenland (57,7% in 2007), maar zij verloren de voorbije jaren aan marktaandeel ten voordele van energie-exporterende landen. De voornaamste leveranciers zijn Duitsland, Italië, Rusland, Frankrijk, China en Nederland. De totale invoer bedroeg in 2007 50,5 miljard Euro (+39% vergeleken met 2000), waarvan 19% brandstoffen, 28,5% uitrusting en transportmaterieel en 13,7% chemische producten.
7. Investeringen
Het niveau van de overheidsinvesteringen blijft erg belangrijk. Griekenland trekt echter nog onvoldoende directe buitenlandse investeringen aan. In 2007 daalde het volume van directe buitenlandse investeringen zelfs met 64,3% (1,9 miljard dollar tegenover 5,4 miljard in 2006). Volgens de OESO zijn de dalende buitenlandse investeringen in Griekenland een gevolg van de omvangrijke bureaucratie, de slechte infrastructuur en de ondoorzichtige regelgeving (in de huidige `Doing Business'-rangschikking van de Wereldbank staat Griekenland slechts op de 96ste plaats voor wat betreft het gemak om een bedrijf op te starten).
De regering Karamanlis wil werk maken van een verbetering van het investeringsklimaat en wenst, naast een beleid van belastingverlagingen voor de bedrijven, vooral de nadruk te leggen op de strijd tegen de bureaucratie en de administratieve overlast. Ook wil de regering de corruptie bestrijden door middel van een beleid van totale transparantie en nultolerantie (in het klassement van Transparency International van de minst corrupte landen stond Griekenland in 2007 voorlopig nog op de 56ste plaats en binnen de EU pas op de 25ste plaats).
Door zijn geografische positie beschikt Griekenland over een gemakkelijke toegang tot de Balkanlanden en tot Turkije, Cyprus en het Midden-Oosten. De Griekse buitenlandse investeringen stegen van 4,2 miljard dollar in 2006 naar 5,3 mld dollar in 2007 (+28%). Een belangrijk gedeelte hiervan ging naar de Balkanlanden waar Griekenland een van de grootste investeerders is.
8. Energie
Griekenland heeft de ambitie om uit te groeien tot een energiehub (olie en gas) in Zuid-Europa. In dit verband heeft Griekenland het akkoord ondertekend voor deelname aan het Russische South Stream project dat een pijplijn voor gas voorziet tussen de Zwarte Zee en W-Europa (Gazprom-Eni). Griekenland is al partner met Bulgarije en Rusland voor een oliepijplijn tussen de Zwarte Zee en het Noorden van de Egeïsche Zee. Ook is Griekenland via het staatsbedrijf DEPA samen met Turkije partner in het project voor de constructie van een pijplijn voor het transport van gas vanuit Azerbeidzjan naar Griekenland en Italië, die de afhankelijkheid van Gazprom moet verminderen.
9. Griekenland/België
België staat op de 8ste plaats onder de invoerlanden en is aldus een vrij belangrijke economische partner voor Griekenland (5de lidstaat van de Europese Unie, na DE, IT, FR en NL). Ons land exporteert 10 maal meer dan het invoert (1,8 miljard EUR tegenover 178 miljoen EUR in 2008/9m.). De Belgische uitvoer naar Griekenland betreft vooral farmaceutische en chemische producten, voertuigen, plastics, vleeswaren en zuivelproducten. Bij de Griekse export naar België gaat het vooral om landbouwproducten, onafgewerkte ijzer- en staalprodukten, evenals textiel.
De sectoren die het meest in aanmerking komen voor commerciële samenwerking met Griekenland zijn de triangulaire operaties in de Balkan, het leefmilieu, maritieme en havenactiviteiten, energie, de transportsector evenals de sectoren grootdistributie en levensmiddelen.
Een twintigtal Belgische bedrijven zijn in Griekenland aanwezig. Belangrijkste investeerder is Delhaize dat een aandeel heeft van 61% in Alfa Vita Vassilopoulos, de tweede warenhuisketen in Griekenland (140 supermarkten). Verder hebben ook Ravago Plastics (isolatiepanelen), Puratos (grondstoffen voor bakkerij) en Resilux (PET-flessen) een productiecapaciteit in Griekenland. De grote Belgische farmaceutische bedrijven zijn allen op de Griekse markt aanwezig, net als Fortis Bank.
Begin 2006 werd een nieuwe bilaterale conventie ter vermijding van dubbele belasting met Griekenland van kracht. Sinds maart 2005 bestaat in Athene een Belgian Business Club.
10. Nuttige links
Ambassade van België in Athene: www.diplomatie.be/athensnl - Flanders Investment and Trade: www.flanderstrade.com - Région Bruxelloise et Wallonne: www.bruxelles-export.be en www.awex.be/awex/EN Ambassade van Griekenland in Brussel: www.greekembassy-press.be Ambassade van Griekenland te Washington: www.greekembassy.org
Landenportaal NIS (FOD Economie) - Griekenland: statbel.fgov.be/port/cou_eu_nl.asp#GR Centrale Bank van Griekenland: www.bankofgreece.gr Griekse Ministerie van Buitenlandse Zaken: www.mfa.gr Grieks Ministerie van Economie en Financiën: www.mnec.gr Grieks Ministerie van Ontwikkeling: www.ypan.gr Grieks Centrum voor Investeringen: www.elke.gr Griekse Federatie van Industrie: www.fgi.org.gr Statistieken: www.statistics.gr Douanes: www.gsis.gr
Doing Business in Greece (World Bank Group): - www.doingbusiness.org/Documents/CountryProfiles/GRC.pdf - www.doingbusiness.org/ExploreEconomies/?economyid=77 Griekse e-Government: www.e-gov.gr Algemene wegwijzer Griekse overheid (diplomatieke delegaties, algemene bronnen, ministeries): www.hri.org/nodes/grgov.html
Internationaal Monetair Fonds: www.imf.org/external/country/GRC/index.htm OESO: www.oecd.org/greece Wereldbank: www.worldbank.org/greece Wereldhandelsorganisatie: www.wto.org/english/thewto_e/countries_e/greece_e.htm
Uitstekend vertrekpunt op internet: site van de University of Colorado: grote verzameling van diverse links (gouvernementele sites, landenprofielen, artikels, databases, diplomatieke relaties, ¿) ucblibraries.colorado.edu/govpubs/for/greece.htm
Statistische bijlage
|